De Pampergeneratie…

De afkeer van babyboomers is goed te begrijpen. In Amerika was George Bush jr. het prototype van de feestende, zuipende en vreemdgaande babyboomer die na een luizenleventje alsnog de slechtste president van de USA ooit werd. Hier in Nederland symboliseren vooral Agnes Jongerius, Emile Roemer en Geert Wilders (zelf juist geen babyboomers) voor mij deze generatie als ze weer eens stellen dat de AOW leeftijd op 65 jaar moest blijven. Waarmee ze eigenlijk zeggen tegen iedereen beneden de 45; jullie moeten tot je zeventigste doorgaan want wij verdommen het om een jaartje door te werken. Ik sprak laatst een man van 67 die al twaalf jaar niet meer werkte, op zijn 55e met een ‘goede regeling’ uitgetreden, ik mag zeker tot mijn 67e werken,  SP, Geert Wilders, FNV of niet. Het is onvermijdelijk. Het kabinet Rutte, met bijna de jongste premier ooit levert ook al geen verbetering omdat vrijwel de gehele ministersploeg na deze regeerperiode linea-recta met pensioen kan. Terwijl de generatie Rutte in de VVD talent genoeg heeft. De babyboomgeneratie heeft de touwtjes stevig in handen.

Toch heeft al dat geklaag ook wel een keerzijde. Want als je de geschiedenis bekijkt zijn er altijd wel generaties die geluk hebben en generaties die het wat minder treffen. In de vorige eeuw was er een generatie die en de Eerste- en de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt. Bovendien waren er in die tijd nauwelijks auto’s, was TBC een ongeneeslijke ziekte, net als hart- en vaatziekten die ze nauwelijks kenden (je ging gewoon dood) en palliatieve sedatie stond ook in de kinderschoenen.  Nee dan de huidige twintigers- en dertigers, ze werden geboren en kregen een pamper om. De melkfles werd opgewarmd in de magnetron en als peuter konden ze keurig naar de Teletubbies kijken.  Ze werden naar school gebracht met de auto, kunnen zich niet voorstellen dat er nooit computers of mobieltjes waren. De grootste ramp: het internet ligt eruit of hun telefoontje van Tele2 doet het niet. Nee ook deze pampergeneratie heeft geen klagen en ze profiteren optimaal van de welvaart en de technologie die met name de babyboomgeneratie voor hen ontwikkeld heeft.

Er kunnen zware tijden komen. Als de Euro straks met donderend geraas ineenstort of Iran of Noord-Korea gooit een atoombom dan kan de huidige jonge generatie de mouwen opstropen om het allemaal weer op te bouwen.  Het valt te hopen dat ze daar sterk genoeg voor zijn want aan tegenslag is de pampergeneratie niet gewend.

Ik geef eerlijk toe, binnen onze maatschappij is solidariteit tussen generaties op dit moment harder nodig dan solidariteit  tussen arm en rijk. Maar toch vergelijk ik het conflict dat de pampergeneratie met de babyboomgeneratie heeft als een zwaarlijvig jongetje dat bij zijn vader om een ijsje zeurt

Advertisements

Eigen dieren eerst!

Ik geloof in de eigen kracht van de natuur. Het sterkste voorbeeld is de natuur rond Tsjernobyl die juist door het ongeluk met de kerncentrale een ongekende bloei beleeft. De mooiste natuurgebieden zijn altijd de gebieden waar de mens zich niet mee bemoeit, hoe langer geen bemoeienis van de mens des te waardevoller de natuur. De natuurbeheerders in Nederland lijken precies het tegenovergestelde standpunt aan te hangen, natuur kan alleen natuur worden als de mens zich er intensief mee bemoeit.

Restauratie van natuur is in mijn ogen niet zo’n probleem. In de omgeving waar ik woon worden de lagen grond die de landbouw door jarenlang gebruik bovenop de oorspronkelijke schrale grond heeft aangebracht weggehaald. Na het weghalen van deze grond komt de oorspronkelijke flora in de meeste gevallen vanzelf weer terug, de schatten van de natuur lagen opgeborgen in die oude bedekte lagen. Maar gebeurt dit niet dan moet men niet verder ingrijpen, als het een pitrusvlakte wordt laat het dan maar zo zijn. Geef het de tijd, de processen in de natuur vergen vaak meer tijd dan een mensenleven, het is de mens die daar moeite mee heeft, niet de natuur.

Het kunstmatig terugbrengen van soorten door te zaaien of erger nog door diersoorten die in de meeste gevallen slechts nog in de verte verwant zijn aan diersoorten die hier mogelijk ooit geleefd hebben terug te brengen is me veel te kunstmatig. De Wisent en de Schotse Hooglander zijn slechts verwant aan de oeros en de Blonde d’Aquitaine heeft hier al helemaal niks te zoeken. Om dieren hun leefomgeving te bieden moet er zoveel meer gebeuren dan alleen wat dieren verhuizen. Vandaar dat dit soort experimenten altijd weer fout lopen. Het evenwicht in een ecosysteem is niet eenvoudig te realiseren en als je er hekken omheen gaat zetten zoals in Nederland altijd moet,  kun je verwachten dat het fout gaat.

Voor het terugbrengen van groot wild zoals paarden of edelherten is in Nederland meestal veel te weinig ruimte. Een succesvolle soort zoals het wilde zwijn  wordt  in Nederland bejaagd omdat het schade toebrengt aan de natuur of te veel overlast geeft voor de landbouw. Het uitbreiden van het leefgebied, wat voor de hand ligt in dit geval wordt tegengewerkt. Gedeputeerde Munniksma van Drenthe verwelkomt wilde zwijnen in Drenthe niet juist vanwege schade en verkeersoverlast. Dus als een soort uit eigen kracht het leefgebied wil uitbreiden worden ze als ongedierte bestreden. Ongetwijfeld komt de politiek met soortgelijke argumenten mocht de wolf zich aan onze oostgrens melden.

Het paradoxale van een experiment als de Oostvaardersplassen is dat het aan de ene kant juist is opgezet om de natuur haar gang te laten gaan terwijl de natuur in Nederland daar duidelijk nog niet aan toe is. Een belangrijke oorzaak is dat men diersoorten naar dit gebied toe heeft gebracht waar de natuur onvoldoende draagkracht voor biedt. Zolang Nederland geen ruimte heeft voor het herbergen van haar inheemse rassen moeten we niet beginnen aan het importeren van nieuwe soorten. In het Drents Friese Wold zijn er ook plannen voor een reservaat met edelherten en paarden, ook dat is te klein, ook daar is onvoldoende ruimte om een groeiende populatie de ruimte te bieden. Benut eerst de eigen kracht die de natuur in Nederland heeft en vergroot de draagkracht van die natuur voordat je experimenteert met nieuwe soorten en zorg voor optimale bewegingsruimte voor de populaties die er uit zichzelf al zijn. De Ecologische Hoofdstructuur is vanuit die gedachte een noodzaak, geen luxe.