Laten we stoppen met Duurzaamheid

Soms kiezen Nederlanders het verkeerde woord voor een begrip of ding en houden daar dan stug aan vast. Zo gebruikten we ooit het woord pick-up voor wat onze Zuiderburen een platenspeler noemen. Vanzelfsprekend is platenspeler een veel beter woord want het geeft zonder verdere referentie precies aan wat het genoemde apparaat doet: een plaat afspelen. Het Nederlands zit vol met dergelijke onhandige woorden die onze taal alleen maar onbegrijpelijker maken. Soms kiezen we collectief voor een Nederlands woord dat ook de plank volledig misslaat. Een voorbeeld waar ik me erg aan stoor is het veelgebruikte en trendy begrip duurzaamheid. Ooit heb ik een cursus duurzaamheid gegeven en eerlijk gezegd ik kreeg het woord tijdens de laatste les nauwelijks nog uit mijn strot.

Duurzaamheid is een vertaling van het engelse begrip sustainability en het geeft een houding aan waarin je processen en dingen op een zodanige manier uitvoert dat de aarde er niet door uitgeput raakt. Kort gezegd, het is het streven om de aarde na elke generatie zo achter te laten dat de volgende generatie exact dezelfde hulpbronnen en mogelijkheden heeft. Een psychologische analyse van het woord duurzaamheid maakt meteen duidelijk waarom het zo slecht is. De eerste lettergreep is ‘duur’. Duur heeft in het Nederland een negatieve connotatie en associatie want we willen uiteraard goedkoop. Erger is dat duur in de betekenis waarin het hier gebruikt wordt een vaste periode aangeeft: iets heeft een duur van zoveel dagen. Terwijl duurzaam een begrip is dat een eindeloze periode moet aanduiden. De eerste lettergreep zet de luisteraar meteen op het verkeerde been en het komt niet meer goed. De samenstelling duurzaam, tsja zo werk mijn brein ligt in de woordenwolk: langzaam, minzaam, eenzaam. Hoewel het hier uiteraard gebruikt wordt in de betekenis van ‘vol van het genoemde’ is dit slechts de derde betekenis van dit achtervoegsel. De eerste twee zijn: in staat tot het genoemde of geneigd tot het genoemde. Kortom duurzaam hoe goed de bedoeling mag zijn is niet een term waar de vonken vanaf springen. De toevoeging -heid maakt het alleen treuriger. Niet alleen wordt het een volledig germanisme (overigens gebruiken de Duitsers Nachhaltigkeit) het woord krijgt een cadans in het spreken die maar niet wil klinken.

Daarom zou ik willen pleiten om de term duurzaamheid te vervangen door het Zuid-Afrikaans woord volhoudbaar. Hier is vanaf de eerste lettergreep de toon meteen positief: vol! Niet leeg maar vol. Wie of wat vol is, is positief: Je bent ergens vol van. Het enthousiasme springt er vanaf. De samentrekking volhoud komt van volhouden. Dit is precies wat wel bedoeld wordt. Het gaat niet over een periode, de ontwikkelingen, processen en zaken moeten volgehouden kunnen worden tot in lengte van dagen. Totdat onze zon een rode reus wordt. En houdbaar is natuurlijk ook prima, het mag niet bederven, moet van goede kwaliteit zijn. Volhoudbaar heeft daarom een positieve klank, positieve associatie en het de samenstelling van het woord geeft precies aan wat de bedoeling ervan is.

Daarom mijn voorstel: vervang met ingang van heden overal het treurige woord duurzaamheid door volhoudbaar en het zal beter gaan! De klimaatsceptici zullen smelten als sneeuw voor de zon, de Hummers eindigen op het autokerkhof en kolencentrales zullen spontaan in brand vliegen.