Waarom de rector van het Kennemercollege gelijk heeft

Dit zijn tijden waarin het calvinistische Nederlandse volk graag een scherpe lijn trekt tussen goed en kwaad. Boven iedere uiting van iedere Nederlander hangt het vraagteken: Ben jij Charlie? Als het antwoord nee is, word je spontaan het slachtoffer van hoon en haat. Was het maar zo eenvoudig.

Stel je werkt op een instituut met een sterk internationaal karakter. Wanneer  daar het jaarlijkse Sinterklaasfeest wordt gevierd roepen de Zwarte Pieten bij sommige van de internationale gasten heftige reacties op. Blackfaces die door het gebouw lopen en pepernoten op de bureau’s leggen. Dat kan niet vonden sommige gasten, ze voelen zich gediscrimineerd. De directie kan in zo’n geval besluiten om Zwarte Piet niet meer in die vorm deel te laten nemen aan het Sinterklaasfeest. Immers het heeft niets te maken met het werk in het instituut en het schoffeert bepaalde gasten. De directie moet er voor zorgen dat de werkomstandigheden binnen het instituut goed zijn voor gasten van elke nationaliteit.

Stel je bent rector op een school. Daarbij ben je in eerste instantie verantwoordelijk voor de rust en de orde, dat is immers een noodzakelijke voorwaarde voor een goede leeromgeving. Aan relletjes en opstootjes heb je dan niet veel. Een leraar die zo onverstandig is om een poster op te hangen waaraan een aanzienlijk deel van de leerlingen zich stoort draagt niet bij aan die rust en een optimale leeromgeving. Als rector verzoek je dan vriendelijk om die poster te verwijderen. De eerste taak van een school is opvoeden en jongeren een goede leeromgeving te bieden. De rector verbiedt nadrukkelijk niet om binnen de klas een discussie over dit onderwerp te voeren.

Politici zoals Dilan Yesligoz spreken schande van het weghalen van de poster. Want de rector is in hun ogen geen Charlie. Zij weet waar de lijn tussen goed en kwaad ligt in deze wereld en verontschuldigt zich aan de Charlie’s: Het spijt mij voor de leerlingen die geen problemen hadden met de poster….voor de jongeren die nu hebben geleerd dat angstige en incompetente volwassenen meer kapot kunnen maken dan je lief is.

Het zijn de harde morele oordelen van de stuurlui aan de wal. Yesligoz bemoeit zich met het uitvoerend aspect van het werk van de rector die het volste recht heeft om te bepalen wat er wel en niet in haar school hangt. Het barst van de scholen met kledingvoorschriften voor leerkrachten, literatuur die  niet gelezen mag worden, waar kinderen de dag moeten beginnen met een gebed. Is natuurlijk allemaal geen probleem. Maar een rector die de discussie over het afbeelden van de profeet en over de fundamentele Islam niet verbiedt maar het ophangen van een kwetsende poster wel, doet eenvoudig haar werk. Met leerlingen discussiëren over belangrijke maatschappelijke thema’s gaat boven de vrijheid van meningsuiting van een leerkracht. De problemen van deze tijd worden eerder opgelost met een dialoog dan met een statement. Daarom denk ik dat het weghalen van de poster leidt tot meer Charlie’s dan het laten hangen. Een compliment!!

Advertisements

Spiegelgevechten

Zelf heb ik deze wijsheid geleerd van Bruno Latour maar anderen hebben dit ook gesignaleerd. Iemand die zich sterk afzet tegen een bepaalde wereldvisie kopieert daarbij het gedrag van zijn tegenstander. Hij gaat als het ware lijken op juist datgene wat hij bestrijdt. Mijn grootste voorbeeld is Richard Dawkins die zich met grote kracht afzet tegen alles wat religie is. Om dit te kunnen doen is zijn kennis van wat zijn opponenten als Heilige Boeken beschouwen groter dan van menig overtuigd gelovige. De verbetenheid waarmee Dawkins zijn standpunten inneemt doen niet onder voor extremistische moslims of fundamentele christenen. Recent leek hij zelfs even vrouwvijandig als deze diep gelovigen. Kortom je wordt wat je bestrijdt.

Eenzelfde tendens is zichtbaar in het Islamdebat. Aan de ene kant hebben we de extremistische imams die alleen hun visie van de islam als de ware zien terwijl er uiteraard tientallen verschillende opvattingen over de teksten uit de Koran bestaan. Daartegenover staat onze Nederlandse anti-imam Geert Wilders die gemakshalve ook altijd spreekt over ‘de Islam’ als een entiteit zonder onderscheid te maken in de stromingen. Hij kent alleen volledig geassimileerde moslims en foute moslims. Dus als er een aanslag plaatsvindt zoals in Parijs verwijst hij gemakshalve naar ‘de Islam’ en veegt daarmee goed en kwaad op een hoop. Net als zijn extremistische gelovige tegenhanger doet, het is een spiegelgevecht. Beiden zien met het oog op hun eigen gelijk de meerderheid van andersdenkende goedwilligen over het hoofd en willen ‘oorlog’. Voor de imam zijn het immers geen gelovigen en voor Wilders moeten moslims onzichtbaar zijn willen ze niet onder de discriminerende maatregelen van zijn politiek vallen. Kenmerkend voor mensen die zich zo diep hebben ingegraven is dat ze absoluut geen nuance willen kennen.

Het allergrootste nadeel van deze spiegeling van opponenten is wel dat dit een sterk polariserend en escalerend karakter heeft. Ze helpen elkaar in het bereiken van elkaars doelstellingen. Door een extremistische aanslag zal Wilders veel extra stemmen krijgen. Wilders komt vervolgens op Twitter zijn gelijk  halen en plaatst daarbij een afschuwelijke foto waarop een agent door het hoofd wordt geschoten. Een agent die warempel moslim is. Door ‘de Islam’ de schuld te geven zal hij met zijn zetels en zijn politiek veel gelovige moslims dieper in het geloof duwen, de radicalisering in. Door hun blindheid voor het eigen gelijk versterken ze elkaar waardoor zo’n conflict altijd escaleert.

Gelukkig heeft Frankrijk gisteren laten zien hoe het wel moet. In een samenleving reik je elkaar de hand, gelovige, ongelovige, christen, moslim, boeddhist of hindoe. En je verdedigt de waardes die je als democratische samenleving met elkaar hebt afgesproken: vrijheid van meningsuiting, gelijkheid, democratie. En je gaat niet de veiligheidsmaatregelen opbouwen maar je breekt ze af. Op weg naar een open samenleving waar je met een Kalashnikov in de hand en een bivakmuts op voor gek loopt.

P.S.

@andrevanes is op twitter gestopt. De racistische en kortzichtige bagger die je daar over je krijgt uitgestort werd me teveel. De leugen van @bpschut en @Annaninga regeert en arugmenten en daarmee de nuance krijgt geen kans.

Het Referendum is het failliet van de democratie

Ik ben lid van D66. Ik ben tegen het referendum. Het referendum minimaliseert de betrokkenheid van burgers bij het bestuur. Als lid van D66 ben ik voor een vernieuwende democratie waarin burgers echt betrokken worden bij het bestuur in alle lagen. Van straat, wijk, dorp, stad, provincie, regio tot op het niveau van de natie.Het referendum is een instrument om die betrokkenheid effectief de nek om te draaien, zowel voor de winnende als de verliezende partij in een referendum.

Onze democratie

We houden het even simpel. Representatieve democratie werkt als volgt. Eén keer in de vier jaar mag een burger naar de stembus om te stemmen op de partij of persoon (al komt deze vorm in Nederland niet voor) die hem of haar representeert. Vaak selecteren we met het oog op onze portemonnee. Daarom hebben we jarenlang partijen die de hypotheekrenteaftrek in stand hielden gesteund en zitten we nu met een onroerend goed markt die vrijwel stilstaat. Met dank aan onze eigen hebberigheid. Na het stemmen hebben we nauwelijks invloed op wat de gekozen persoon (want het eindigt wel altijd met een persoon, maar het begint met standpunten en soms een visie) gaat doen. Dus kiezen we daarnaast meestal voor iemand die aardig is of lijkt. Dus is Rutte populair, Femke Halsema en Emile Roemer maar niet stugge personen zoals Cohen, Haarsma Buma of Jolanda Sap. Dat is een verstandige strategie want je wil vooral dat degene die je representeert handelt zoals jij zou handelen in een onverwachte situatie. Meestal immers is het centrale thema tijdens een verkiezing binnen een jaar vergeten en dan moet die politicus pas echt doen wat jij wilt. Doet hij dat niet dan stemmen we niet meer op deze persoon. Maurice de Hond registreert dat en concludeert er is een kloof tussen burger en politiek. Die kloof is er niet vanwege de politiek of vanwege de burger. Die kloof is er omdat het politieke systeem verwacht dat de burger zwijgt nadat hij gestemd heeft. Dan is vier jaar de politiek aan zet en kan de kloof weer groeien. Een kloof die tijdelijk smaller wordt door de verkiezingen en die daarna door zoiets doms als een inkomensafhankelijke zorgpremie razendsnel breder wordt.

Die kloof moet gerepareerd! En het referendum is het antwoord?

Vooral sinds Cameron in zijn speech geroepen heeft de EU in een referendum aan de Britse burger voor te willen leggen roepen zelfs conservatief liberalen als Baudet om een referendum. (Waarschijnlijk is de EU het enige onderwerp waarover ze een referendum willen maar dat terzijde). Wat doet een referendum nu precies? Het brengt een complex onderwerp zoals Europa terug tot een Ja, Nee vraag. Het ultieme EU referendum zou zijn: Nederland moet in de EU blijven (Of als Wilders de vraag formuleert: Nederland moet uit de EU). De uitkomst kan dan maar twee kanten op. Eén we blijven in de EU en de significante minderheid die tegen is staat aan de kant. Als we uitgaan van een 60/40 verdeling dan heeft 40 procent van de Nederlanders niet zijn zin gekregen en die moeten zich daar maar bij neerleggen. Het kan ook andersom uitvallen maar ook in dat geval heeft een grote groep Nederlanders kennelijk niets in te brengen. Terwijl tussen die twee uitersten een wereld aan mogelijkheden ligt, zoals de EU beperken tot de markt, de markt plus open grenzen, markt plus open grenzen plus goede samenwerking op het gebied van onderzoek, we doen infrastructuur erbij en de arbeidsmarkt, een federale EU of zelfs het opheffen van de natiestaten en als Europaland verder gaan. Over geen van die nuances heeft de burger zich uit kunnen spreken. Het hele probleem wordt teruggebracht tot ja nee waarbij in het geval van ja de deur voor de politiek wagenwijd openstaat om door te stomen naar een volledig geïntegreerd Europa want het Nederlandse volk heeft zich immers uitgesproken voor de EU. De vraagstelling kan eleganter maar deze vraag wordt geformuleerd door het bestaande democratische proces. We krijgen zeker geen referendum over de vraag van het referendum! In alle gevallen wordt na een referendum een grote minderheid aan de kant gezet, verdwijnt de nuance en heeft de politiek daarna vrij spel om met de uitslag aan de haal te gaan. De burger staat na een referendum over een willekeurig onderwerp net zo hard buiten spel als bij de verkiezingen. Zelfs de burger die ‘gewonnen’ heeft. Op de vraag welke van de nuances die er mogelijk zijn is de beste oplossing voor het gestelde probleem wordt niet door de burger maar door de politiek beslist.

Rituele slacht

Stel we hadden een referendum gehouden over de rituele slacht. Doordat zo’n referendum de groene krachten aan de angst voor islam koppelt zou dit ongetwijfeld geleid hebben tot een verbod op deze slacht.Hadden we daarmee de democratie recht gedaan? Ik denk het niet. Er zouden een aantal religieuze minderheden overblijven die zich, zeker op dit punt, zouden afkeren van de overheid. De rituele slacht zou niet stoppen. Nee die zou doorgaan in stallen op het platteland en in keukentjes in de stad. Gelovigen die opgepakt worden voor het overtreden van de wet worden martelaren en helden. Door het geheimzinnige gedoe van slachtpartijen op achteraf plaatsen neemt het dierenleed per saldo toe. Het resultaat de gewenste wet is er, het gewenste resultaat niet. De oplossing die Bleeker heeft geïmplementeerd, door alle betrokkenen om de tafel te zetten, was veel beter. Tenslotte is er geen rabbi of imam die dierenleed wenst. Er is diep respect voor gods schepping juist bij deze mensen, maar ook voor gods woord. Door de wetten van de gelovigen naast de wens voor minimaal dierenleed te leggen is er een compromis op tafel gekomen. Het overgrote deel van het consumptievlees wordt goed verdoofd geslacht, halal slacht met verdoving is ook mogelijk. Alleen in een aantal bijzondere gevallen is rituele slacht onder controle toegestaan. Het netto effect is minimalisering van het dierenleed. Een referendum krijgt dit niet voor elkaar. De wil van de meerderheid doet geen recht aan een democratische samenleving want het gedraagt zich als een dictatuur. Kortom het bij elkaar brengen van alle partijen die betrokken zijn bij een probleem lijkt een veel beter middel maar kost wel meer tijd. Hierdoor ontstaan wel genuanceerde oplossingen die praktisch uitvoerbaar zijn, breed draagvlak hebben en het beoogde effect zo dicht mogelijk benaderen.

De failliete democratie

Dan is er nog een belangrijk kenmerk van het referendum. Waarom wordt een vraag voorgelegd aan het volk? Omdat de democratie kennelijk niet bij machte is om een antwoord te formuleren. De vertegenwoordigers zo zorgvuldig gekozen bij de verkiezingen geven toe dat ze hun mandaat op dit onderwerp niet aankunnen. Het uitschrijven van een referendum door een regering is een proeve van onbekwaamheid. Het middel dat een referendum is doet zowel onrecht aan de minderheid die verliest, want zij wordt niet gehoord alsook aan de meerderheid die wint. Het lijkt er wel op dat deze wordt gehoord, maar de uitslag geeft de politiek een vrijbrief om veel verder te gaan dan het referendum beoogde. Al is het maar met de dooddoener: we kunnen niet voor alles een referendum uitschrijven. De burger komt niet dichter bij de politiek maar wordt door dit paardenmiddel juist op grotere afstand geplaatst. Na het referendum moet de burger weer zwijgen en kan de politiek haar gang weer gaan. Alleen krijgt nu niet de politiek de schuld bij verkeerde uitvoering maar de meerderheid die het referendum heeft beslist: Het volk heeft gesproken! De kloof tussen burger en politiek die al ingebakken zit in de representatieve democratie wordt door een referendum alleen maar groter.

Het referendum leidt tot dictatuur van de meerderheid, ongenuanceerde oplossingen en geeft de politiek na de uitslag een vrijbrief om met de uitslag aan de haal te gaan. Het is het failliet van de representatieve democratie.

Literatuur: Callon, M., Lascoumes, P., & Barthe, Y. (2011). Acting in an uncertain world: An essay on technical democracy [Agir dans un monde incertain: Essai sur la democracie technique (2001)] (G. Burchell Trans.). Cambridge, Massachusetts: Massachusetts Institute of Technology.

Hufters zijn het!!

Hufter (Van Dale) : ‘iemand die aan de galg hoort’ (van ‘huchten = hangen);
onbehouwen persoon; synoniemen: boerenkaffer, kinkel, lomperik, pummel; schoft.’

In 1 korte tweet had ik het huftermanifest al snel gekarakteriseerd: het rammelt aan alle kanten, geen logica, verwart wetenschap met hufterigheid en.. het is een fatsoenlijk stuk! Vooral dat laatste valt meteen op, voor een een stuk op geenstijl is het een buitengewoon fatsoenlijk stuk. Vorm en inhoud zijn in dit geval geen geheel.

Nu moet ik natuurlijk erg oppassen met dit manifest want het zal wel ironisch bedoeld zijn en dan loop ik het risico om er volledig naast te zitten met mijn commentaar. Het moet dus wel ironie zijn dat in een poging om hufterigheid in een historisch perspectief te plaatsen  de schrijver wetenschappers als Copernicus, Columbus en Darwin opvoert als hufters. Omdat zij wetenschappelijke theorieën verdedigden tegenover het machtige Christelijke geloof. In de huidige tijd vinden deze dappere geleerden hun evenknie in een persoon als Richard Dawkins, die onlangs bij het bezoek van de paus aan Engeland nog een prachtige toespraak hield. Een emotioneel, heftig, eloquent en op feiten gebaseerd verhaal, zo hebben Copernicus, Columbus en Darwin zich ook altijd geweerd van hufterigheid is hier geen sprake. Bij historische hufters denk ik aan Caligula, Dzjengis Kahn, Stalin en vooruit op verzoek een Godwin: Hitler maar niet aan wetenschappers en ontdekkingsreizigers.

De ironie wordt verder doorgevoerd als ‘de redactie’ ons uit gaat leggen waar die hufters nu eigenlijk voor staan. Ineens ontstaan er dan referenties naar de hippietijd. Ik heb echt drie keer moeten lezen voordat ik het kon geloven want ik citeer: “Verhuftering is The Beatles oprichten en haar tot over de oren laten groeien. Verhuftering is de minirok uitvinden. Verhuftering is baas zijn in eigen onderbuik. Verhuftering is zeggen wat je vindt omdat je leeft in een land waarin dat kan en mag. Verhuftering is je niets aan trekken van de kritiek of de complimenten van anderen. Verhuftering is een roadtrip door het land van onbegrensde mogelijkheden.”

De generatie van “love en peace” van “tolerantie ten opzichte van alles wat verboden was, drugs, drank, homoseksualiteit, de samensmelting van de rassen als hoogste ideaal” dient als inspiratiebron voor onze hedendaagse hufters. En als muzikale voorbeeld nemen we dan de Beatles, dat brave popbandje uit Liverpool waarvan de enige levende voorman Paul McCartney een idealistische veganist is die sombere klassieke muziek schrijft. Had dan minstens de Rolling Stones, the Who of nog beter the Sex Pistols (da’s mijn generatie) gekozen als je het toch over muzikale hufters hebt. De zichzelf tot babyboom basher benoemde redactie vindt dus inspiratie in de babyboom generatie de Founding Fathers van de verzorgingsstaat. Misschien is deze ommekeer te danken aan onze nieuwe regering die volzit met babyboomers die zich aan het einde van hun carrière nog wensen te verzekeren van een ministerpensioen en wat commissariaten. Een regering die perfect in staat lijkt om de door de babyboomers zo zorgvuldig opgebouwde verzorgingsstaat tot de grond toe af te breken. De uitkeringen zullen lager worden, het pensioenstelsel wordt onderuit gehaald door het overnemen van een zwak AOW akkoord en de zorgsector wordt door structurele onderfinanciering ondermijnd. Een regering waar onze hufters toch stiekem wel bewondering voor hebben omdat ze de Wilders agenda overnemen, linkse hobby’s frustreren en  hun best doen om natuur & milieu om zeep te helpen.

Ondertussen werken onze hufters er hard aan om in het centrum van de macht te komen. De best gelezen krant van Nederland, het blog geenstijl, hebben ze al. Een hufter heeft geen behoefte aan feiten en onderbouwde opinies en wil vooral niets weten van de achtergronden van het nieuws. Ze hebben hun eigen TROS opgericht en ook hun eerste aanstormende politicus zit klaar. Deze laatste vond het nodig om deze letterlijk misselijkmakende webpage aan Femke Halsema te twitteren. En nu niet gaan zeggen dit gaat te ver hufters! Wie hufterigheid zaait zal klootzakken oogsten. Dit is een direct gevolg van jullie pleidooi voor hufterigheid.

Als de babyboomgeneratie zijn laatste adem uitblaast ligt de verzorgingsstaat op de schroothoop en als het laatste lid van de huftergeneratie het tijdige voor het eeuwige verwisselt dan staat het water tot aan Utrecht, is Frankrijk een woestijn en is onze wereld onleefbaar geworden. Want één ding staat vast overde schrijvers van het huftermanifest en hun aanhang: Hufters zijn het!!

Godsdienstvrijheid of godsdienstdwang?

Nederland heeft een joods-christelijke-humanistische traditie, vreemd genoeg wordt vooral dat laatste vaak vergeten maar Erasmus was toch echt een Nederlander en terwijl de Europese grondwet dit wel erkent in haar preambule wordt dit in Nederland het liefst verzwegen. Wie in Nederland wil komen leven moet zich dan ook schikken naar deze traditie, de multiculturele samenleving is onzin. In grote immigratielanden zoals de VS, Australie en vroeger ook Canada kun je zien dat integratie alleen lukt als de nieuwkomers zich in hoofdlijnen schikken naar de dominante stroming. In een liberale samenleving blijft er altijd veel ruimte voor individuele opvattingen maar in de openbare ruimte en ook bij de overheid respecteert men de opvattingen die in de samenleving zijn afgesproken.

Voor Nederland betekent dit bijvoorbeeld dat vrouwen en mannen gelijke rechten hebben, dat homo’s gelijke rechten hebben en dat abortus en euthanasie onder bepaalde stringente voorwaarden zijn toegestaan. Zonder dat iemand die het niet wil aan abortus of laat staan euthanasie moet ondergaan. Zo werkt dat en naar die opvattingen moeten alle levensovertuigingen zich schikken. Halsema heeft in haar toespraak over geloofsvrijheid enorm veel woorden nodig om dit elementaire recht te verdedigen en ze doet net alsof ze hier iets nieuws verkondigt. Misschien is dit vanuit de oude opvatting over de multiculturele samenleving voor Groen Links een dramatische nieuwe opvatting voor mij is dit een vanzelfsprekendheid.

Het is me om die reden ook een gruwel dat het kabinet Rutte-Verhagen reeds verworven vrijheden zoals openstelling van winkels op zondag en stamcelonderzoek laat inperken door de stille gedoogsteun van de SGP. Niet alleen omdat het zeker voor de VVD een weinig liberaal standpunt is maar vooral en dat is veel erger omdat men hier het fundamentalistische christendom bevoordeelt ten opzichte van de even fundamentalistische islam. De overheid kiest partij.

De overheid moet pal staan voor de waarden van de Nederlandse samenleving. Halsema begeeft zich op glad eis als ze euthanasie als voorbeeld neemt want ze stelt dat iemand die euthanasie afwijst zich ook beschermd mag weten tegen de praktijk van euthanasie, vanzelf. Maar wat als we euthanasie nu eens vervangen door vaccinatie? Mag iemand met bezwaren tegen vaccinatie zichzelf daarvan vrijwaren? Uiteraard! Maar geldt hetzelfde voor de kinderen van iemand met bezwaren tegen vaccinatie? Moeten kinderen gevaar lopen omdat de ouders de overtuiging hebben dat vaccinatie tegen de wil van God of Allah is?

Terecht is Halsema tegen wat ze noemt ‘gewetensdwang’. Tegelijk pleit ze voor het recht op bijzonder onderwijs. Dus kinderen mogen rustig onder de ‘gewetensdwang’ van hun ouders opgevoed worden en de staat betaalt daar gewoon aan mee? Het moedige meisje van 13 met een hoofddoekje die zich af wil keren van haar culturele achtergrond had nooit op dat punt mogen belanden. Ze zou zo rond de kiesgerechtigde leeftijd als vrij individu de keuze moeten hebben welke levensovertuiging het best bij haar past. Ze zou niet al 13 jaar geïndoctrineerd moeten zijn met de opvatting dat vrouwen hun haren niet mogen laten zien, dat homo’s niet deugen dat god de wereld in 6 dagen geschapen heeft. Het is de taak van de overheid om ieder individu in onze maatschappij de kans te geven zich in volledige vrijheid te ontplooien, zonder dwang. Dit geldt voor zowel immigranten als pasgeborenen. Een garantie die de overheid alleen kan bieden als ze haar eigen normen en waarden respecteert.

De vrijheid van meningsuiting is een wapen

Vrijheid van meningsuiting is niks nieuws, het is waarschijnlijk in de Atheense democratie ontstaan. De wikipedia vermeldt dat de eerste keer dat de vrijheid van meningsuiting formeel is uitgeroepen door kalief Umar in de zevende eeuw, een moslim dus. Het begrip stond vervolgens model voor de academische vrijheid in Europa. Dat is misschien even wennen voor Geert Wilders.

Publicisten en journalisten op internet en twitter die hun mond vol hebben over de vrijheid te mogen zeggen wat ze denken zijn niet zulke radicale vernieuwers als ze wellicht denken. Het principe is al eeuwenoud en ligt verankerd in de Universele Rechten van de Mens (artikel 19). De discussie gaat erover of het een absolute vrijheid is, voorstander van deze opvatting menen dat tornen aan de de vrijheid van meningsuiting zal eindigen in censuur. Maar bij iedere meningsuiting maak je bewust of onbewust een waarde afweging: realistisch gesproken is elke uiting in elke maatschappij onderhevig aan enige vorm van inperking: een verbod op kinderporno zal niemand bestrijden.

Het grootste verschil is dat internet een mondiaal publiek de mogelijkheid biedt een mening te publiceren. Hierdoor kunnen de uitingen vaak directer, groffer en zelfs emotioneel zijn. Zo wordt een ‘tweet’ eerst gelezen door de volgers en kan vervolgens via retweets bij iedereen terechtkomen. Ook kan een tweet worden overgenomen door een website wat weer tot hele andere problemen kan leiden. Kortgezegd internet heeft vrijheid van meningsuiting genivelleerd. Moest je een eeuw geleden een aristocraat, een schrijver of journalist zijn om je mening verder te krijgen dan je eigen gemeenschap nu kan iedere idioot met een iphone zijn mening de wereld inslingeren. Waar deze zelfde mening in de meeste gevallen genegeerd wordt maar ook kan doordringen tot het brede publiek.

De verruwing in de openbare meningsuiting heeft een aantal negatieve effecten. Er zullen meer mensen onnodig gekwetst worden door de manier waarop bepaalde meningen worden geuit. Je kunt bijvoorbeeld zeggen “de islam heeft zich niet aangepast aan de eisen van de 21e eeuw” maar je kan ook zeggen “de islam is een achterlijke godsdienst”. Beide uitingen hebben dezelfde achtergrond, vertegenwoordigen dezelfde mening. De tweede manier is duidelijk kwetsend, onder de gordel zo te zeggen. Dit is ook een kenmerk van populaire twitteraars en bloggers, ze geven niet alleen een mening maar doen dit vaak op onnodig harde wijze. Nadeel hiervan is dat er geen dialoog zal ontstaan maar daarin zijn ze niet geïnteresseerd. Ze willen enkel hun mening, zo ongenuanceerd mogelijk de wereld in schreeuwen. De groepen die door deze opmerkingen gekwetst worden zijn veelal niet in staat om zich te verdedigen en zij die dit wel kunnen worden geblokt. Het risico van deze schreeuwers is niet alleen het ontbreken van een dialoog maar ook dat er stemmen op zullen komen die deze groepen gaan verdedigen door wetgeving. Zo snoeren ze uiteindelijk zichzelf de mond.

Een ander nadeel van dit schreeuwen is dat het wapen wat de vrijheid van meningsuiting was, effect verliest. We raken zo gewend aan die stortvloed van ruw en onzorgvuldig geformuleerde meningen dat ze niet meer gehoord zullen worden. Als de wet ze niet verbiedt dan zullen ze vanzelf ten onder gaan in het gekrakeel dat internet heet. Hoe we meningen die ertoe doen hoorbaar moeten maken zou ik niet weten, een opiniestuk is vaak al te lang, een blog mag niet meer dan 1500 woorden hebben, een tweet slechts 140 karakters. Zo staat iedereen schreeuwend tegenover elkaar zonder verder te komen. Ook dit is een bedreiging voor onze democratie want als niemand meer luistert ligt de weg naar geweld open, dan snijden we elkaar de keel af in plaats van dit te twitteren.

Deze verruwing valt binnen de vrijheid van meningsuiting en de enige manier om dit tegen te gaan is door zelf als internetgebruiker niet mee te gaan in deze woordinflatie. Het legt een zware last op met name de professionele schrijvers en publicisten om pakkend en origineel te formuleren zonder mee te doen aan het schreeuwen. Terug naar een beschaafd publiek debat waarin de scherp geformuleerde mening weer een wapen is dat wordt gehoord.