Waarom de rector van het Kennemercollege gelijk heeft

Dit zijn tijden waarin het calvinistische Nederlandse volk graag een scherpe lijn trekt tussen goed en kwaad. Boven iedere uiting van iedere Nederlander hangt het vraagteken: Ben jij Charlie? Als het antwoord nee is, word je spontaan het slachtoffer van hoon en haat. Was het maar zo eenvoudig.

Stel je werkt op een instituut met een sterk internationaal karakter. Wanneer  daar het jaarlijkse Sinterklaasfeest wordt gevierd roepen de Zwarte Pieten bij sommige van de internationale gasten heftige reacties op. Blackfaces die door het gebouw lopen en pepernoten op de bureau’s leggen. Dat kan niet vonden sommige gasten, ze voelen zich gediscrimineerd. De directie kan in zo’n geval besluiten om Zwarte Piet niet meer in die vorm deel te laten nemen aan het Sinterklaasfeest. Immers het heeft niets te maken met het werk in het instituut en het schoffeert bepaalde gasten. De directie moet er voor zorgen dat de werkomstandigheden binnen het instituut goed zijn voor gasten van elke nationaliteit.

Stel je bent rector op een school. Daarbij ben je in eerste instantie verantwoordelijk voor de rust en de orde, dat is immers een noodzakelijke voorwaarde voor een goede leeromgeving. Aan relletjes en opstootjes heb je dan niet veel. Een leraar die zo onverstandig is om een poster op te hangen waaraan een aanzienlijk deel van de leerlingen zich stoort draagt niet bij aan die rust en een optimale leeromgeving. Als rector verzoek je dan vriendelijk om die poster te verwijderen. De eerste taak van een school is opvoeden en jongeren een goede leeromgeving te bieden. De rector verbiedt nadrukkelijk niet om binnen de klas een discussie over dit onderwerp te voeren.

Politici zoals Dilan Yesligoz spreken schande van het weghalen van de poster. Want de rector is in hun ogen geen Charlie. Zij weet waar de lijn tussen goed en kwaad ligt in deze wereld en verontschuldigt zich aan de Charlie’s: Het spijt mij voor de leerlingen die geen problemen hadden met de poster….voor de jongeren die nu hebben geleerd dat angstige en incompetente volwassenen meer kapot kunnen maken dan je lief is.

Het zijn de harde morele oordelen van de stuurlui aan de wal. Yesligoz bemoeit zich met het uitvoerend aspect van het werk van de rector die het volste recht heeft om te bepalen wat er wel en niet in haar school hangt. Het barst van de scholen met kledingvoorschriften voor leerkrachten, literatuur die  niet gelezen mag worden, waar kinderen de dag moeten beginnen met een gebed. Is natuurlijk allemaal geen probleem. Maar een rector die de discussie over het afbeelden van de profeet en over de fundamentele Islam niet verbiedt maar het ophangen van een kwetsende poster wel, doet eenvoudig haar werk. Met leerlingen discussiëren over belangrijke maatschappelijke thema’s gaat boven de vrijheid van meningsuiting van een leerkracht. De problemen van deze tijd worden eerder opgelost met een dialoog dan met een statement. Daarom denk ik dat het weghalen van de poster leidt tot meer Charlie’s dan het laten hangen. Een compliment!!

Advertisements

Spiegelgevechten

Zelf heb ik deze wijsheid geleerd van Bruno Latour maar anderen hebben dit ook gesignaleerd. Iemand die zich sterk afzet tegen een bepaalde wereldvisie kopieert daarbij het gedrag van zijn tegenstander. Hij gaat als het ware lijken op juist datgene wat hij bestrijdt. Mijn grootste voorbeeld is Richard Dawkins die zich met grote kracht afzet tegen alles wat religie is. Om dit te kunnen doen is zijn kennis van wat zijn opponenten als Heilige Boeken beschouwen groter dan van menig overtuigd gelovige. De verbetenheid waarmee Dawkins zijn standpunten inneemt doen niet onder voor extremistische moslims of fundamentele christenen. Recent leek hij zelfs even vrouwvijandig als deze diep gelovigen. Kortom je wordt wat je bestrijdt.

Eenzelfde tendens is zichtbaar in het Islamdebat. Aan de ene kant hebben we de extremistische imams die alleen hun visie van de islam als de ware zien terwijl er uiteraard tientallen verschillende opvattingen over de teksten uit de Koran bestaan. Daartegenover staat onze Nederlandse anti-imam Geert Wilders die gemakshalve ook altijd spreekt over ‘de Islam’ als een entiteit zonder onderscheid te maken in de stromingen. Hij kent alleen volledig geassimileerde moslims en foute moslims. Dus als er een aanslag plaatsvindt zoals in Parijs verwijst hij gemakshalve naar ‘de Islam’ en veegt daarmee goed en kwaad op een hoop. Net als zijn extremistische gelovige tegenhanger doet, het is een spiegelgevecht. Beiden zien met het oog op hun eigen gelijk de meerderheid van andersdenkende goedwilligen over het hoofd en willen ‘oorlog’. Voor de imam zijn het immers geen gelovigen en voor Wilders moeten moslims onzichtbaar zijn willen ze niet onder de discriminerende maatregelen van zijn politiek vallen. Kenmerkend voor mensen die zich zo diep hebben ingegraven is dat ze absoluut geen nuance willen kennen.

Het allergrootste nadeel van deze spiegeling van opponenten is wel dat dit een sterk polariserend en escalerend karakter heeft. Ze helpen elkaar in het bereiken van elkaars doelstellingen. Door een extremistische aanslag zal Wilders veel extra stemmen krijgen. Wilders komt vervolgens op Twitter zijn gelijk  halen en plaatst daarbij een afschuwelijke foto waarop een agent door het hoofd wordt geschoten. Een agent die warempel moslim is. Door ‘de Islam’ de schuld te geven zal hij met zijn zetels en zijn politiek veel gelovige moslims dieper in het geloof duwen, de radicalisering in. Door hun blindheid voor het eigen gelijk versterken ze elkaar waardoor zo’n conflict altijd escaleert.

Gelukkig heeft Frankrijk gisteren laten zien hoe het wel moet. In een samenleving reik je elkaar de hand, gelovige, ongelovige, christen, moslim, boeddhist of hindoe. En je verdedigt de waardes die je als democratische samenleving met elkaar hebt afgesproken: vrijheid van meningsuiting, gelijkheid, democratie. En je gaat niet de veiligheidsmaatregelen opbouwen maar je breekt ze af. Op weg naar een open samenleving waar je met een Kalashnikov in de hand en een bivakmuts op voor gek loopt.

P.S.

@andrevanes is op twitter gestopt. De racistische en kortzichtige bagger die je daar over je krijgt uitgestort werd me teveel. De leugen van @bpschut en @Annaninga regeert en arugmenten en daarmee de nuance krijgt geen kans.

Excuses?

Het nieuwe iPCC rapport komt eraan. Het zal een lijvig rapport worden met als belangrijke conclusie dat de aarde minder snel opwarmt dan verwacht. Wel zet de zeespiegelstijging sneller door dan eerder werd verwacht en kunnen we met 95 % zekerheid stellen dat de menselijk handelen de oorzaak is. Dit rapport verschilt van vorige want deze keer hebben sceptici, critici en collega wetenschappers commentaar mogen leveren. Bij ieder commentaar moet worden aangegeven of het terecht is en waarom het wel of niet is gehonoreerd: met reden. Kortom het tegengeluid is gehonoreerd en heeft een stem gekregen.

Nu doe ik een gevaarlijke aanname: niemand buiten de wetenschappers heeft het rapport op dit moment al kunnen lezen. Onduidelijk is hoe de conclusies tot stand zijn gekomen en hoe deze zijn onderbouwd. Wel is zeker dat het proces om tot de conclusies te komen aanzienlijk is verbeterd. Toch twittert @jan_bennink vrolijk het volgende:

Screen Shot 2013-09-27 at 10.01.04 PM

Tsja, dat is nogal voorbarig natuurlijk. Bevooroordeeld kun je rustig stellen. Maar hoe maak je nu een kick-boxer duidelijk wat 95 % zekerheid betekent, nou zo dus:

Nu had ik onlangs al dit stuk  van @JaapkJa gelezen over een uit zijn verband gerukte tweet. Dan denk je, misverstandje. Maar mij overkomt precies hetzelfde. Zonder de context te benoemen retweet @jan_bennink mijn tweet en sleept er achtereenvolgens mijn politieke partij bij en doet een poging om mijn werkgever erbij te slepen. De enige reden daarvoor kan zijn om mij mijn baan te laten verliezen. Dus @jan_bennink vindt het leuk om mensen die het niet met hem eens zijn werkeloos te maken.:

Daarna gaat een Rotterdamse kickbokser die @ZegmaarPeet heet op me los en probeert me te intimideren. Waarbij er vrolijk wordt gedreigd:

Dat maakt me verder niet uit, niet iedereen hoeft het te snappen en je vriendje helpen is lief.  Wel is het grappig om te zien, hoe het ervaren kick-boxers dun door de broek loopt, wanneer een spierloze boekenwurm als ik een tweet plaatst waarin ik met humor (en over smaak valt te twisten) een punt probeer te maken. Hopelijk snappen ze het nu wel: Een dreiging van 95 % moet serieus genomen worden, als onze onze klimaatscepticus @jan_bennink dat doorheeft na deze tweet is er veel bereikt. Maar een excuus voor zijn overdreven reactie en het erbij halen van mijn politieke partij en werkgever is op zijn plaats. Anders is hij gewoon een slecht verliezer.

Het impliciete religieuze argument van Breedveld

Abortus is een beladen kwestie en leent zich niet voor de reactiepanelen op een blog. Dit heb ik al geleerd zolang als ik op het internet actief ben maar ik kan het niet laten om onzorgvuldige en onjuiste opvattingen te bestrijden. Vervolgens gebeurt waar ik al bang voor was, mensen lezen mijn argumenten en vullen zelf in wat er niet staat. Dus word ik voor ongevoelig en wreed versleten. Had ik het andersom beargumenteerd dan was ik als een emotionele softy afgeserveerd. Zo werkt dat op het internet, de nuance is zoek en daardoor floreren de ongenuanceerde meningen. Het besef dat je over complexe ethische kwesties zoals abortus, euthanasie maar ook bijvoorbeeld genetische manipulatie wat langer na moet denken is er niet. Erger de ruimte ontbreekt om dit goed te doen.

Breedveld neemt in zijn blog “Een Nieuwe Baan” een onhoudbaar standpunt in. Hij is voor legalisering van abortus maar vindt niet dat een vrouw recht heeft op abortus, want:

“Ik griezel bij de gedachte dat een persoon een leven wordt ontzegd omdat het even niet uitkomt. Of omdat de buren het niet kunnen handelen. Of omdat papa zijn dochter dan nooit meer wil zien. Vanwege de schande.”

Ervaren debater die hij is moet hij dan bij de reacties de discussie wel gaan framen. Dus roept hij al snel na mijn verwijzing naar een briljant essay van Judith Jarves Thomson en een opmerking van iemand anders over de biologische status van een embryo:

“Ik zeg het nu alvast: ‘klompje cellen’, ‘weegt maar een paar gram’, ‘kan niet zelfstandig in leven blijven’, ‘dan kun je een spermacel ook wel een kind noemen’ en ‘lees dit doorwrochte essay van deze totaal onbekende radicale feminist maar even’ zijn argumenten die totaal geen indruk op me maken.”

Natuurlijk niet omdat deze argumenten niet geldig zijn maar ze passen niet in het frame dat Breedveld neerlegt. Zo kan ik iedere discussie winnen, je kadert het issue zo ver in dat alleen je eigen wereld overblijft en daarin heb je altijd gelijk. Een vorm van argumenteren die veel voorkomt.

Wat er principieel mis is met het argument van Breedveld is dat hij de rechten van het virtuele kind boven de rechten van de zwangere vrouw plaatst. Hij stelt letterlijk “Ik vind dat een kind recht op leven heeft”. Daarmee beweert hij niets anders dan dat een vrouw die een keer onveilig vrijt, pech heeft dat anticonceptie niet werkt of de ergste vorm verkracht wordt geacht wordt dit kind op de wereld te zetten. Het recht van de vrouw op zelfbeschikking is voor hem hieraan ondergeschikt. Denkbeeldig zie ik Breedveld nu al spartelen want natuurlijk mag een verkrachte vrouw abortus, het is toch legaal en daar is hij voor? En van verkrachting snapt iedere botte boer dat abortus dan mogelijk moet zijn. Daar zit precies de onzorgvuldigheid van zijn redenering want daarmee gaat hij ervan uit dat een vrouw die een keer onveilig vrijt automatisch impliciet instemt met het op de wereld zetten het kind van haar partner. En dat is niet zo, het feit dat de vrouw instemt met sex wil helemaal niet zeggen dat ze tevens instemt met het mogelijke resultaat van die daad. Dat is zeker zo bij verkrachting maar dat geldt evengoed voor vrijwillige sex.

Mijn argumentatie over de zelfbeschikking van de vrouw wimpelt hij weg met het “ad hominem” idioot, maar het is uiterst principieel. Het recht op leven, zo fel verdedigd door Breedveld, houdt niet in dat je recht hebt op het lichaam van een ander. Abortus ontneemt de foetus niet het recht op leven maar het recht om gebruik te maken op het lichaam van de zwangere vrouw. Als de foetus dit lichaam niet meer nodig heeft dan is het een individu en heeft het gelijke rechten tegenover de vrouw. Peter zijn preoccupatie met het klompje cellen en het bewustzijn spelen vanuit deze benadering geen enkele rol. De foetus is in eerste instantie een integraal onderdeel van het lichaam van de vrouw en die heeft eenvoudigweg het recht om dat deel te laten verwijderen.  Of zoals ik het op het blog formuleer:

“Een foetus is te gast in het lichaam van de vrouw en kan alleen maar leven dankzij die vrouw. Wanneer een vrouw om wat voor reden dan ook daar geen zin in heeft kan ze een eind maken aan haar gastvrijheid, want het is haar lichaam en ook haar leven”

Breedveld noemt dit argument prietpraat en wil er niet op in gaan. Ik snap wel waarom.

De beslissing ligt bij de vrouw. Natuurlijk speelt op de achtergrond de discussie wanneer de foetus een individu wordt. Je kunt rustig stellen dat in de eerste 10 weken van de zwangerschap het embryo niet meer is dan klompje cellen in de vorm  van een klein mensje, zonder bewustzijn en zonder centraal zenuwstelsel. Maar zoals we hebben gezien wil Breedveld het daar helemaal niet over hebben, hij noemt dit baarlijke nonsens. Want een kind heeft recht op leven. Daarmee schaart hij zich in de lange rij van conservatieve mannen zoals de Paus, Bert Dorenbosch en veel conservatieve Rabbi’s en Imam’s. waaronder ik ook Mariska Orban-de Haas maar schaar. Die stellen ook dat het leven begint bij conceptie. Niet alleen nemen ze daarmee een Middeleeuws standpunt in ze zijn tevens blind voor de objectieve wetenschappelijke realiteit op dit punt. Het is afwachten wanneer Breedveld kleine babypoppetjes door de brievenbus van kamerleden gaat stoppen. De opvatting “Het kind heeft recht op leven” in combinatie met de onwil om over de levensvatbaarheid van een embryo te willen praten is een impliciet religieus argument: de onschendbaarheid van het leven door God/Allah gegeven. Het is laf om dat niet expliciet te benoemen.

Het blog “een nieuwe baan” lijkt onschuldig omdat het in relatie wordt gebracht met de terecht belachelijk acties van de abortusboot in Marokko, die de abortuskwestie meer kwaad dan goed doen. Het gedachtegoed achter dit blog verhult een diep conservatisme, waarin vrouwen op de wereld zijn om kinderen te produceren, vooral geen carrière te maken  en geen zeggenschap meer hebben over hun eigen lichaam. Zeker niet als ze het ook nog aandurven om te genieten van de sex. Wie sex heeft moet kinderen baren, het leven begint bij conceptie en is door God /Allah gegeven en waag het niet om daar als mens een einde aan te maken. Meestal vind ik de meningen van Breedveld prettig tegendraads maar dit blog plaatst hem in fundamentalistisch religieuze hoek: de religie mag hij zelf uitkiezen.

Reactie op dictatuur der seculiere meerderheid..

In tegenstelling tot eerder berichten heeft Tineke Bennema de reactie wel geplaatst. Daarvoor ook op deze plek excuus. Zie de hele discussie op:

website van Tineke Bennema

Hieronder mijn reactie:

Het vermengen van de interne en externe religieuze beleving leidt in veel discussies tot grote verwarring. Daarom wordt Femke Halsema ook hier weer verkeerd begrepen. Uiteraard mag iemand op religieuze gronden een hoofddoek dragen of een burqaah, dit is geen enkel probleem. Vooral niet wanneer dat gebeurt uit eigen overtuiging en er geen sprake is van dwang. Dit is mijn opvatting. Maar als ik gevraagd word: Moet een vrouw een hoofddoek dragen dan zal ik op basis van mijn eigen overtuiging zeggen dat ik vind van niet. Dat ze de hoofddoek af moet werpen. Ik beantwoord de vraag alsof ik de vrouw in kwestie ben (intern) en daarmee vind ik iets over de motivatie van vrouwen om een hoofddoek te dragen, niet over die vrouwen zelf. Ik treed dus niet in de religieuze vrijheid van anderen maar maak gebruik van mijn eigen vrijheid.

De weigerambtenaar is een vertegenwoordiger van de overheid die ervoor moet zorgen dat er geen discriminatie op basis van ras, geloof of seksuele geaardheid is in onze maatschappij. Het is de taak van de staat om die opvatting in alle geledingen uit te dragen. Een medewerker van de overheid die zich niet kan vinden in dit
uitgangspunt en die meent dat mensen van een bepaalde seksuele geaardheid niet mogen trouwen en dus daaraan ook niet meewerkt moet eenvoudigweg niet voor de overheid gaan werken. Je moet niet in het leger gaan als je geen mensen wilt doden, je moet niet in het ziekenhuis gaan werken als je niet tegen bloed kunt en je moet niet bij de overheid gaan werken als je op enige grond wilt discrimineren. De intolerantie komt niet van de ongelovigen of de homo’s maar van de ambtenaar die weigert het huwelijk te voltrekken.

Je moet de zaken niet omdraaien.

De vrijheid van meningsuiting is een wapen

Vrijheid van meningsuiting is niks nieuws, het is waarschijnlijk in de Atheense democratie ontstaan. De wikipedia vermeldt dat de eerste keer dat de vrijheid van meningsuiting formeel is uitgeroepen door kalief Umar in de zevende eeuw, een moslim dus. Het begrip stond vervolgens model voor de academische vrijheid in Europa. Dat is misschien even wennen voor Geert Wilders.

Publicisten en journalisten op internet en twitter die hun mond vol hebben over de vrijheid te mogen zeggen wat ze denken zijn niet zulke radicale vernieuwers als ze wellicht denken. Het principe is al eeuwenoud en ligt verankerd in de Universele Rechten van de Mens (artikel 19). De discussie gaat erover of het een absolute vrijheid is, voorstander van deze opvatting menen dat tornen aan de de vrijheid van meningsuiting zal eindigen in censuur. Maar bij iedere meningsuiting maak je bewust of onbewust een waarde afweging: realistisch gesproken is elke uiting in elke maatschappij onderhevig aan enige vorm van inperking: een verbod op kinderporno zal niemand bestrijden.

Het grootste verschil is dat internet een mondiaal publiek de mogelijkheid biedt een mening te publiceren. Hierdoor kunnen de uitingen vaak directer, groffer en zelfs emotioneel zijn. Zo wordt een ‘tweet’ eerst gelezen door de volgers en kan vervolgens via retweets bij iedereen terechtkomen. Ook kan een tweet worden overgenomen door een website wat weer tot hele andere problemen kan leiden. Kortgezegd internet heeft vrijheid van meningsuiting genivelleerd. Moest je een eeuw geleden een aristocraat, een schrijver of journalist zijn om je mening verder te krijgen dan je eigen gemeenschap nu kan iedere idioot met een iphone zijn mening de wereld inslingeren. Waar deze zelfde mening in de meeste gevallen genegeerd wordt maar ook kan doordringen tot het brede publiek.

De verruwing in de openbare meningsuiting heeft een aantal negatieve effecten. Er zullen meer mensen onnodig gekwetst worden door de manier waarop bepaalde meningen worden geuit. Je kunt bijvoorbeeld zeggen “de islam heeft zich niet aangepast aan de eisen van de 21e eeuw” maar je kan ook zeggen “de islam is een achterlijke godsdienst”. Beide uitingen hebben dezelfde achtergrond, vertegenwoordigen dezelfde mening. De tweede manier is duidelijk kwetsend, onder de gordel zo te zeggen. Dit is ook een kenmerk van populaire twitteraars en bloggers, ze geven niet alleen een mening maar doen dit vaak op onnodig harde wijze. Nadeel hiervan is dat er geen dialoog zal ontstaan maar daarin zijn ze niet geïnteresseerd. Ze willen enkel hun mening, zo ongenuanceerd mogelijk de wereld in schreeuwen. De groepen die door deze opmerkingen gekwetst worden zijn veelal niet in staat om zich te verdedigen en zij die dit wel kunnen worden geblokt. Het risico van deze schreeuwers is niet alleen het ontbreken van een dialoog maar ook dat er stemmen op zullen komen die deze groepen gaan verdedigen door wetgeving. Zo snoeren ze uiteindelijk zichzelf de mond.

Een ander nadeel van dit schreeuwen is dat het wapen wat de vrijheid van meningsuiting was, effect verliest. We raken zo gewend aan die stortvloed van ruw en onzorgvuldig geformuleerde meningen dat ze niet meer gehoord zullen worden. Als de wet ze niet verbiedt dan zullen ze vanzelf ten onder gaan in het gekrakeel dat internet heet. Hoe we meningen die ertoe doen hoorbaar moeten maken zou ik niet weten, een opiniestuk is vaak al te lang, een blog mag niet meer dan 1500 woorden hebben, een tweet slechts 140 karakters. Zo staat iedereen schreeuwend tegenover elkaar zonder verder te komen. Ook dit is een bedreiging voor onze democratie want als niemand meer luistert ligt de weg naar geweld open, dan snijden we elkaar de keel af in plaats van dit te twitteren.

Deze verruwing valt binnen de vrijheid van meningsuiting en de enige manier om dit tegen te gaan is door zelf als internetgebruiker niet mee te gaan in deze woordinflatie. Het legt een zware last op met name de professionele schrijvers en publicisten om pakkend en origineel te formuleren zonder mee te doen aan het schreeuwen. Terug naar een beschaafd publiek debat waarin de scherp geformuleerde mening weer een wapen is dat wordt gehoord.